RSI in het kort:

∙ verzamelnaam voor klachten en symptomen die voorkomen in bovenrug, nek- en schoudergebied, armen, ellebogen, polsen, handen en vingers.

∙ vaak veroorzaakt door repeterende bewegingen, een langdurige statische houding of een combinatie van beide.

∙ Beeldschermwerk is tegenwoordig namelijk de grootste oorzaak van RSI. Als je veel achter de computer werkt belast je vingers, polsen, armen en je schouder- en nekregio.

Maar ook stress, angst en spanning kunnen een belangrijke rol spelen bij ontstaan, verergeren of in stand houden van RSI

∙klachten kunnen zijn: pijn, spierspanning, tintelingen of doof gevoel ( meestal vingers), spierzwakte , overgevoeligheid ( emotioneel, voor koude/warmte/aanraking) en/of zwelling

 

RSI komt in veel beroepsgroepen voor. Denk hierbij aan computerwerkers, kappers, musici, postbodes, slagers en lopende-bandwerkers. Ook scholieren en studenten kunnen RSI-klachten krijgen door het vele beeldschermwerk in combinatie met weinig beweging.

In het begin kun je klachten krijgen na een periode waarin je extra hard hebt gewerkt en/of in een verkeerde, statische (onbeweeglijke) houding gezeten hebt. Die klachten zijn de volgende morgen meestal over. Zeker nog niet iets om je zorgen over te maken. Maar als je geen tijd krijgt om te herstellen en doorgaat met overbelasten, heb je steeds meer tijd nodig om van je klachten af te komen. Bijvoorbeeld een weekend, een week, of een vakantie van een paar weken. Blijf je je lichaam echter overbelasten op dezelfde manier, dan kan de pijn langer aanhouden.  Vaak ook ’s nachts. Maar ook dan is herstel mogelijk indien werk- en leefomstandigheden aangepast worden en de klachten behandeld worden door een fysiotherapeut.

 Alvast een tip!

Voldoende bewegen en variatie van werkzaamheden zijn essentieel. Neem meerder korte pauzes! Geef jezelf genoeg tijd om de armen en benen te strekken en de spieren te ontspannen.

Gebruik beide handen tijdens het werken. De meesten van ons hebben een dominante hand. Probeer ook je niet-dominante zijde te gebruiken om voorwerpen te tillen en te dragen.

Zorg voor een goede werkhouding. Kijk eens kritisch naar jezelf en leer jezelf betere gewoonten aan om klachten te voorkomen of te verminderen. Houd je hoofd zo veel mogelijk rechtop en buig niet voorover. Ondersteun je armen en polsen (armleuningen) en verander regelmatig van houding.